|
Om dit project op de juiste
wijze te ondersteunen is gekozen om in 2008 een projectgroep op te richten
die uit de volgende personen en disciplines bestaat:
Projectleider: Véronique
Estourgie ,gedragsdeskundige, Politieregio Gelderland-Zuid
Leden: Ad Kaasenbrood,
psychiater Gelderse Roos; Raymond Brandt, crisisdienst GGz
Nijmegen; Jeroen Bakker, adviseur ,Politieacademie; Henk van der
Stelt,docent, Politieacademie;
Hans van Velzen, docent, politieacademie; Hans Slijpen, beleidsmedewerker,
Politieregio Utrecht; Dick Noordhoek, IBT-docent, Politieregio Utrecht;
Dirk Scholten, portefeuillemaphouder GGz politieregio Friesland; Theo
Smits, IBT-docent ,Politieregio Gelderland-Zuid; M.H.v.d.
Bogaard, scenarioschrijfster
en onderwijsontwikkeling.
|
|
Redenen om het project te starten
Politiemedewerkers worden in hun werk steeds meer geconfronteerd met mensen die lijden aan psychiatrische ziekten. Regiopolitie Utrecht geeft aan dat 20% van de politiecontacten bestaat uit contacten met mensen met een psychiatrische aandoening. In Gelderland-Zuid is vorig jaar een oriënterend onderzoek geweest naar de gezamenlijke zorg binnen acute crisissituaties, ook daar viel het grote aantal contacten op van politie met mensen met psychiatrische problemen. Omdat veel incidenten met psychiatrische patiënten weggeschreven worden onder andere incidenten zoals bv. vernieling of huisvredebreuk is het in ons korps moeilijk om exacte cijfers boven tafel te krijgen. Een van de aanbevelingen uit het rapport is investering in het verhogen van kennis en ervaring op dit gebied, in samenwerking met de GGz. Training in vaardigheden verzorgen via het IBT-centrum. Voorlichting geven over de wijze van omgang met psychiatrische patiënten. Als we verder kijken naar de cijfers van 2006
t/m 2008 over het verblijf van psychiatrische patiënten in de politiecel zien we dat de cijfers verdrievoudigd zijn, van
76 in 2005 naar 204 in 2006 en 147 in 2007 en 122 in 2008.
Er is een groeiende wens in het korps Gelderland-Zuid om meer expertise op te bouwen in processen die spelen bij de opvang en doorverwijzing van personen die lijden aan een geestelijke stoornis. Het gaat hierbij met name om de groep personen die zelf niet meer in staat is om de benodigde hulp in te schakelen en die door hun gedrag voortkomend uit hun geestelijke stoornis een gevaar vormen voor zichzelf of overlast veroorzaken voor de omgeving. Daarbij gaat het niet alleen om hulpverlening aan deze personen, maar vooral om de politietaken bij de verstoring van de openbare orde door overlastgevend gedrag of het plegen van strafbare feiten. De politie is vaak als eerste ter plaatse bij een melding. Van belang is dan dat zo snel mogelijk herkend wordt dat het hier gaat om een persoon met een psychiatrische aandoening. De benadering van een persoon met een psychiatrische aandoening vraagt ook om een specifieke aanpak. Gerichte training en oefening is zeer gewenst.
In het rapport: De politie een zorg!, analyse van overlijdensgevallen onder de zorg van de politie 2000-2004 van de Rijksrecherche (2006) wordt ingegaan op het aantal sterfgevallen van mensen die aan de zorg van de politie waren toevertrouwd. Een van de conclusies van het rapport is dat als medewerkers vooraf aanwijzingen zouden herkennen van ziekteverschijnselen, in een aantal gevallen een arts ingeschakeld zou zijn en mogelijk overlijden voorkomen had kunnen worden.
Het project zal zich richten op de competentieverbetering van politiemedewerkers op het gebied van de herkenning en aanpak van mensen met een psychiatrische aandoening met name gericht op aanhoudings-en verhoorsituaties.
Gewenst effect van dit project
Betere getraindheid van ons politiekorps in de omgang en opvang van mensen met een psychiatrische aandoening.
Het project richt zich op het ontwikkelen van de juiste competenties voor politiemedewerkers om te herkennen of men met een psychiatrische patiënt te maken heeft, het bijbehorend gedrag herkennen en op een andere wijze benaderen van deze persoon passend bij het gedrag wat deze persoon laat zien. Het voorkomen van escalaties van gedrag.
|